Tuchtklacht tegen KroeseWevers

Raad van Tucht voor Registeraccountants
en Accountants-administratieconsulenten
te Amsterdam

14 juni 2006

KLACHT

van G. KORVER, OLIMAR BV, PROWI HOLDING BV en PROWI INTERIEUR BV

gemachtigde:

STICHTING ONDERZOEK BEDRIJFS INFORMATIE SOBI

tegen:

de heer M.M. JASPERS RA,

wonende en kantoorhoudende te Hengelo

Geachte Raad,

Betrokkene Jaspers heeft de GBR overtreden door niet aan de directie van Prowi Interieur BV mee te willen delen welke bezigheden hij heeft uitgevoerd met betrekking tot de jaarrekening 2001 van Prowi Interieur BV, waarvoor hij wel 45 uur bij de vennootschap heeft gedeclareerd.

ToelichtingBetrokkene heeft op 10 april 2002 € 5.395,25 bij Prowi Interieur BV gedeclareerd in verband met de “concept jaarrekening 2001”. Korver, die sinds 25 maart 2002 middels Olimar BV indirect eigenaar van Prowi Interieur BV was geworden, had op 16 april 2002 om een specificatie van dit bedrag gevraagd. Op 26 april 2002 werd namens betrokkene een specificatie verzonden. Daaruit bleek dat betrokkene voor “samenstellen van de jaarrekening” 45 uur in rekening had gebracht. Op 20 september 2002 ging Prowi Interieur BV failliet. Mr W.H.J.M. Haafkes, kantoorhoudend te Hengelo, werd tot curator benoemd.

Omdat klagers en hun medio 2005 ingeschakelde adviseurs 45 uur een onwaarschijnlijk hoog aantal uren vonden, vroeg SOBI per faxbrief van 30 mei 2006 namens klagers (prod 1) welke werkzaamheden in deze 45 uur waren verricht (dus niet op welke data de uren waren besteed). Wanneer werkelijk 45 is besteed aan de concept jaarrekening 2001 van Prowi Interieur BV moet dat uit het controledossier blijken.

Nog dezelfde dag antwoordde betrokkene per brief (prod 2) dat KroeseWevers Accountants en Belastingadviseurs niet de aangewezen partij was om deze vraag te beantwoorden en dat klagers zich met dergelijke vragen moeten ‘vervoegen tot de curator van Prowi Interieur BV.’

Per faxbrief van 1 juni 2006 (prod 3) herhaalde SOBI de vraag aan betrokkene.

Betrokkene bleef bij zijn weigering (geen produktie aanwezig) en voerde als argument aan dat klager sub 1 geen directeur is van Prowi Interieur BV, dat Mr Haafkes bewindvoerder van Prowi Interieur is en dat de vraag via Mr Haafkes aan betrokkene moest worden gesteld.

Per fax-brief van 6 juni (prod 4) aan betrokkene wees SOBI er op dat geen van zijn stellingen juist was, dat Korver nog steeds directeur van Prowi Interieur BV is en dat klagers de boedels niet onnodig op kosten willen jagen door de vragen via de curator te stellen. SOBI stelde een tuchtklacht in het vooruitzicht wanneer Jaspers de vraag nogmaals onbeantwoord zou laten.

Per elektro-brief van 7 juni 2006 (prod 5) bleef Jaspers definitief bij zijn weigering.

Lijst met producties (in vijfvoud)

 

1. fax-brief SOBI aan Jaspers d.d. 30 mei 2006
2. brief Jaspers aan de SOBI d.d. 30 mei 2006
3. fax-brief SOBI aan Jaspers d.d. 1 juni 2006
4. fax brief SOBI en Jaspers d.d. 6 juni 2006
5. elektronische brief Jaspers aan SOBI de dato 7 juni 2006
6. niet gewaarmerkt uittreksel handelsregister m.b.t. bestuurderen Prowi Interieur BV

Hoogachtend,

P.T. Lakeman,
Voorzitter SOBI,
gemachtigde