Strafvervolging Deloitte en drs. L.J. van den Dries RA

Brief SOBI aan Openbaar Ministerie

26 jul 2006

Nieuwersluis, 26 juli 2006

Betreft: Strafvervolging Deloitte en drs. L.J. van den Dries RA

Hierbij reageer ik op uw schrijven van 13 dezer.

Ons verzoek d.d. 3 maart 2006 tot vervolging van Deloitte en Van den Dries over te gaan was onder meer gebaseerd op de stelling dat Van den Dries en Deloitte valsheid in geschrifte hebben gepleegd door goedkeurende verklaringen bij de jaarrekeningen 1999 t/m 2001 van Ahold af te geven en daarin te verklaren: ‘Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten in Nederland’ terwijl dit minstens met betrekking tot beide volgende punten niet het geval was:

1. Het gebruik van wezenlijk onjuiste controletechnieken bij de controle van US Foodservice, als direct gevolg waarvan de zwendel aldaar bijna drie jaar langer heeft voortgeduurd dan bij juiste controle het geval zou zijn geweest.
2. Het (doen) gebruiken van brieven (controlletters) waarvan de inhoud strijdig was met de inhoud van aandeelhoudersovereenkomsten van Ahold met joint venturepartners met het doel volledige consolidatie van 50% deelnemingen goed te keuren.

U bevestigt in uw schrijven dat Deloitte ‘op de totstandkoming van de controlletters heeft aangestuurd en daar ook actief aan heeft meegewerkt door voor die brieven teksten aan te leveren.’ Deze controlletters waren in flagrante strijd met de aandeelhoudersovereenkomsten. Dat wist Deloitte als geen ander. Hiermee staat ons inziens vast dat Deloitte valsheid in geschrifte heeft uitgelokt met het oogmerk de jaarrekeningen van Ahold “volgens de regels” te kunnen goedkeuren en bewust onjuiste accountantsverklaringen heeft afgegeven. Wij achten het verbazingwekkend dat u dit niet zelf kan concluderen.

U schrijft ook dat de Rechtbank Amsterdam oordeelde ‘dat verdachten [Cees van der Hoeven c.s] wisten dat de accountant van oordeel was dat naar Amerikaans jaarrekeningenrecht een aanpassing van de shareholderagreement nodig was en dat die aanpassing nooit is overeengekomen’ en dat verdachten door niettemin de controlletters aan de accountant te overhandigen een listige kunstgreep hebben toegepast en de accountant hebben opgelicht.
U negeert echter geheel dat Deloitte wist dat de aandeelhoudersovereenkomsten niet waren aangepast, althans daarvan door eigen onderzoek op de hoogte had behoren te zijn. Weliswaar is dit niet door de rechtbank overwogen maar dat komt doordat u de rechtbank onvolledig heeft voorgelicht. U heeft de rechtbank tot het onjuiste oordeel gebracht dat Deloitte is opgelicht door voor de rechtbank systematisch te verzwijgen wat Deloitte zelf wist.

Het is verbazingwekkend dat u niet de conclusie kunt (of mag?) trekken dat Deloitte en Van den Dries valse brieven hebben uitgelokt en vervolgens hebben gebruikt om de jaarrekeningen “volgens de regels” te kunnen goedkeuren.

U gebruikt nu het oordeel van de rechtbank dat de Deloitte door de oud-bestuurderen van Ahold is opgelicht als argument om niet tot vervolging van Deloitte over te gaan.

Ik schreef u reeds een jaar geleden dat aandeelhouders ernstig benadeeld dreigden te worden door uw streven Van der Hoeven c.s. veroordeeld te krijgen wegens oplichting van Deloitte. Wanneer die aandeelhouders immers een schadeclaim tegen Deloitte gaan indienen, zal Deloitte, een wapperend met het door u uitgelokte vonnis van de rechtbank Amsterdam, kunnen verklaren dat zij zelf is opgelicht. U maakt het nog erger dan ik al vreesde want u gebruikt nu zelf deze door u ten onrechte uitgelokte veroordeling van Van der Hoeven als argument om Deloitte niet te vervolgen.

Dit is een nieuwe aanwijzing voor de stelling dat het Openbaar Ministerie vanaf het begin Deloitte bewust in bescherming heeft willen nemen.

U meldt dat het Openbaar Ministerie in overleg met de Amerikaanse autoriteiten heeft besloten geen onderzoek te verrichten naar strafbare feiten van Deloitte en Van den Dries die gerelateerd zijn aan US Foodservice maar dat u wel heeft gehoord dat Amerikaanse autoriteiten naar in de Verenigde Statengepleegde feiten een strafrechtelijk onderzoek hebben ingesteld dat echter niet tot enige juridische stappen naar Deloitte heeft geleid.
Ons verzoek om Van den Dries en Deloitte strafrechtelijk te vervolgen had echter geen betrekking op in de Verenigde Statengepleegde strafbare feiten maar op in Nederland gepleegdestrafbare feiten. Deloitte en Van den Dries hebben hun verklaringen in Nederland afgegeven, de “controle” van de jaarrekeningen is door hen vanuit Nederland aangestuurd en zij hebben hun verklaringen in Nederland verspreid en doen verspreiden.

U stelt dat onze klacht met betrekking tot US Foodservice onvoldoende is onderbouwd. Die onderbouwing is u echter al veel eerder aangeleverd in de vorm van ons tuchtdossier tegen Van den Dries. In de laatste alinea van onze brief van 3 maart 2006 hebben wij impliciet naar dat materiaal verwezen.

Hoogachtend,

P.T. Lakeman,
Voorzitter SOBI

Geef een antwoord