SOBI geeft argumenten aan advocaat ex-Ahold bestuurderen

Betreft: Strafzaak Ahold/Deloitte

Geachte heer Sjocrona,

SOBI zou het toejuichen wanneer de vier ex-bestuurderen en –commissarissen van Ahold veroordeeld zouden worden wegens valsheid in geschrifte, het publiceren van onjuiste jaarrekeningen en misleiding van aandeelhouders maar SOBI zou het buitengewoon betreuren wanneer deze veroordeeld zouden worden wegens oplichting van de accountant. SOBI is mening dat de Deloitte niet is opgelicht. Wij willen u daarom (na één feitelijke constatering) vijf accountantstechnische argumenten aanreiken om dit laatste te voorkomen. Het gaat om de volgende argumenten:

 

 

1. Deloitte heeft feitelijk in de relevante periode haar goedkeurende verklaringen nooit afhankelijk gesteld van de aanwezigheid van door haar gecontroleerde controlletters. Deloitte heeft haar goedkeurende verklaringen slechts zelden afhankelijk gesteld van de aanwezigheid van niet door haar gecontroleerde controlletters.
2. Deloitte kende de aandeelhoudersovereenkomsten tussen Ahold en haar joint venture partners waaruit bleek dat Ahold hoogstens 50% van de zeggenschap had. De controleregels voor accountants (RAC’s) laten niet toe dat Deloitte vraagt om brieven die in strijd zijn met bewijsstukken waarover Deloitte reeds beschikt (de aandeelhoudersovereenkomsten), laat staan dat zij daar jarenlang om vraagt. Alleen reeds het vragen om controlletters is in strijd met de (Nederlandse) controleregels voor accountants en daarom niet toegestaan.
3. Toen Deloitte naast de aandeelhoudersovereenkomsten ook in het bezit kwam van de door haar zo begeerde controlletters beschikte zij over twee stukken met volledig tegengestelde inhoud. Op zo’n moment moet een controlerende accountant controleonderzoek starten en niet, zoals Deloitte deed, willekeurig geloof hechten aan een van beide stukken (en al helemaal niet staan aan het stuk dat waarschijnlijk onjuist is). Dit is de meest essentiële overtreding door Deloitte van een van de meest essentiële controleregels (de RAC’s).
4. Deloitte heeft niet de juistheid van de controlletters nagegaan. Het Openbaar Ministerie legt dit mijns inziens ten onrechte uit als het “onvoldoende vastleggen van controlewerkzaamheden” door Deloitte. Er is niets dat erop wijst dat Deloitte na in het bezit te zijn gekomen van stukken met volstrekt tegengestelde inhoud ook maar enige controle heeft verricht. Het kan ook niet aangenomen worden dat Deloitte enige controle heeft verricht omdat haar streven er nu juist op was gericht om stukken te verkrijgen die in strijd waren met de haar bekende aandeelhoudersovereenkomsten. Wanneer Deloitte controlewerkzaamheden die zij niet heeft uitgevoerd toch schriftelijk zou vastleggen zou dat valsheid in geschrifte van Deloitte hebben betekend.
5. Deloitte kan niet naar waarheid stellen dat door achterhouden van enige side letter ook maar enig voor haar controlewerkzaamheden noodzakelijk gegeven aan haar onthouden is omdat de side letters geen informatie bevatten die Deloitte niet reeds uit de aandeelhoudersovereenkomsten kende.
6. Een Letter of Represention (LOR) mag volgens de voor accountants geldende controleregels door een controlerende accountant niet gebruikt worden voor zaken die hij zelf kan controleren. Dat de side letters niet in de letter of Representation zijn genoemd is daarom niet ter zake voor de vraag of Deloitte bedrogen of opgelicht is. Deloitte had immers zelf de mogelijkheid om na te gaan hoe de zeggenschap bij de joint ventures in feite lag, namelijk door direct zelf vragen te stellen aan de relevante door haar zelf uitgekozenfunctionarissen van de joint venture partners.

Mijn conclusie is dat Deloitte, voorzover zij door Ahold en/of haar functionarissen onjuist zou zijn voorgelicht, zij dat heeft uitgelokt door de controleregels voor accountants herhaaldelijk te overtreden. Deloitte kan daarom niet stellen dat zij is bedrogen of is opgelicht door de controlletters of door het achterhouden van de side letters. Deloitte wist (uit de aandeelhoudersovereenkomsten) dat Ahold in de joint ventures geen doorslaggevende zeggenschap had en heeft, in strijd met de voor accountants geldende controleregels, de controlletters voor waar heeft geaccepteerd in plaats van gecontroleerd.

Het staat u vrij deze brief te gebruiken zoals u goeddunkt.

Afschrift van deze brief zend ik aan het functioneel parket.

Hoogachtend,

P.T. Lakeman,
Voorzitter SOBI