KPMG vreest Vestia publiciteit inzake rentederivaten

KPMG vreest langdurige publiciteit in verband met haar optreden bij Vestia. Daarom heeft de advocaat van KPMG aan de Accountantskamer geschreven dat ze de klacht van SOBI tegen de heer M.A. Noorlander zo snel mogelijk behandeld wil zien. Noorlander had namens KPMG de jaarrekening 2010 van Vestia goedgekeurd. De Accountantskamer had zowel aan Noorlander als aan SOBI een reactie gevraagd op het voorstel van de AFM dat een langdurige vertraging van de zaak zou opleveren.

Wegens het grote maatschappelijke belang van het misbruik van derivatenhandel door de banken heeft ook SOBI op zo spoedig mogelijke behandeling aangedrongen.

SOBI schreef op 17 augustus 2012 onder meer het volgende aan de Accountantskamer:

Op 9 augustus schreef u dat u graag het standpunt van SOBI met betrekking tot de verzoeken van de AFM zou vernemen. De AFM heeft de volgende verzoeken aan de Accountantskamer gericht:

  1. ‘[…] de behandeling van de door SOBI ingediende tuchtklacht op te schorten en de door de AFM in te dienen tuchtklacht met voorrang te behandelen.’
  2. ‘Mocht dit niet mogelijk zijn, dan verzoekt de AFM u beide zaken in ieder geval gelijktijdig te behandelen.’

SOBI wijst er allereerst op dat de verzoeken van de AFM willekeurig zijn en elke juridische basis ontberen. Ernstiger is dat de AFM met haar onbehoorlijke verzoeken willens en wetens poogt de normale rechtsgang bij de Accountantskamer van de Rechtbank Zwolle te frustreren. Daarbij heeft de AFM de verdenking op zich geladen de vakantie van de voorzitter van de Accountantskamer te hebben misbruikt door één of meer griffie medewerkers te beïnvloeden door hen met telefonische verzoeken lastig te vallen.

De media hebben terecht geconstateerd dat de AFM wil voordringen.

Met haar ongehoorde poging om voor te dringen wil de AFM o.i. haar eigen falen met betrekking tot haar toezichthoudende rol bij jaarrekeningen van woningcorporaties maskeren. De AFM heeft al geruime tijd toegang tot jaarrekeningen van woningcorporaties en tot de dossiers van controlerende accountantsorganisaties. De AFM moet dan ook al geruime tijd op de hoogte zijn geweest van de misstanden met betrekking tot de (handel in) rentederivaten bij woningcorporaties en de onjuiste verwerking van die derivaten in de jaarrekeningen. Hoewel de AFM ook op de hoogte moet zijn geweest van het feit dat verplichtingen uit rentederivaten onjuist en in strijd met wet–  en regelgeving in die jaarrekeningen van woningcorporaties waren opgenomen, heeft de AFM daar niets tegen gedaan en nimmer een klacht ingediend tegen de betreffende controlerende accountants. De AFM is pas een onderzoek gestart nadat de media in februari 2012 de nodige aandacht aan deze misstanden hebben geschonken. Door haar lakse optreden heeft de AFM aan de groei van bedoelde, zeer ernstige, misstanden bijgedragen.

De AFM poogt haar tekortschieten nu te maskeren door de Accountantskamer zodanig te manipuleren dat “ haar” klacht eerder wordt behandeld dan andere klachten, zodat het publiek alsnog gaat denken dat de AFM op tijd heeft geconstateerd dat de jaarrekeningen van de corporaties onjuist zijn opgesteld. Een (onbedoeld?) bij effect zou dan bovendien zijn dat de klacht van SOBI helemaal niet meer behandeld wordt omdat Noorlander zich in dat geval op het ne bis in idem beginsel zou kunnen beroepen.

Het tweede verzoek van de AFM om haar nog niet ingediende klacht gelijktijdig te behandelen met de reeds op 2 mei ingediende klacht van SOBI is niet serieus bedoeld. Woordvoerders van de AFM hebben jegens de media verklaard dat gelijktijdige behandeling ongewenst is omdat SOBI dan wetenschap omtrent gegevens uit het controledossier van KPMG zou verkrijgen. De AFM gaat er kennelijk vanuit dat klachten standaard achter gesloten deuren behandeld worden. Hiermee illustreert de AFM dat zij een ondeskundige klager is. Uit het dossier van KPMG zal mogelijk ook blijken dat de AFM pas na de media berichten enig onderzoek is gestart. SOBI acht het aannemelijk dat de AFM bevreesd is dat haar inactieve rol bij gelijktijdige behandeling voor SOBI duidelijk wordt.

SOBI wijst erop dat haar inziens bij een alsnog door de AFM in te dienen tuchtklacht tegen Noorlander sprake is van een tweede klacht wegens hetzelfde tekortschieten namelijk het ten onrechte goedkeuren van de jaarrekening 2010 van Vestia. Wanneer ook de AFM een klacht tegen Noorlander indient zal Noorlander zich daarom vermoedelijk op het ne bis in idem beginsel beroepen waardoor de kans bestaat dat de nog door de AFM in te dienen klacht helemaal niet meer behandeld kan worden. Nadat de klacht van SOBI is behandeld is het overigens niet aan SOBI een standpunt in te nemen omtrent de vraag of Noorlander op basis van hetzelfde feitencomplex voor een tweede maal getuchtigd zou moeten worden.

Concluderend brengt SOBI als haar standpunt naar voren dat alle verzoeken van de AFM afgewezen moeten worden en dat de tuchtklacht van SOBI tegen Noorlander zo spoedig mogelijk behandeld moet worden. Dit standpunt is mede gebaseerd op de maatschappelijke onrust die is ontstaan nadat de misstanden bij de handel in rentederivaten door de media (en niet door de AFM) naar buiten zijn gebracht. Die onrust maakt het o.i. noodzakelijk zo snel mogelijk op te treden tegen accountants als Noorlander / KPMG die door hun falen hebben bijgedragen aan het voortwoekeren van deze misstanden.

Hoogachtend,

P.T. Lakeman,

voorzitter SOBI

SOBI verwacht dat haar klacht tegen Noorlander nog dit jaar behandeld zal worden.

 

Leave a Reply