Klacht van Stichting SOBI tegen drs Eric Hartkamp RA

Wonende aan de Roeselarestraat 78 te 1066 SX Amsterdam

De heer drs E. Hartkamp RA, hierna aan te duiden als PricewaterhouseCoopers, heeft de Verordening Gedrags- en beroepsregels registeraccountants 1994 overtreden door op of omstreeks 23 februari 2005 schriftelijk te verklaren dat de jaarrekening 2004 van de NV Luchthaven Schiphol voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW terwijl deze jaarrekening in werkelijkheid een zo onvoldoende inzicht geeft dat niet een verantwoord oordeel kan worden gevormd omtrent het vermogen en het resultaat en daardoor niet aan genoemde wettelijke bepalingen voldoet.

Onvoldoende inzicht (toelichting)
De jaarrekening 2004 van de NV Luchthaven Schiphol sluit met een resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen van ruim 229 mln euro en een netto resultaat na belastingen van ruim 158 mln euro (prod 1, jaarrekening 2004 NV Luchthaven Schiphol) .
De balans (p 55) toont een post “overige voorzieningen” van 10.068.000 euro.
De toelichting op de post “Overige voorzieningen” (p 70) toont dat in het boekjaar (ten laste van het resultaat) 10.000.000 euro is toegevoegd aan de post overige voorzieningen.
De toelichting op de post overige voorzieningen luidt verder als volgt (p.70):

 

`Overige voorzieningen
Gedurende 2004 is vast komen te staan dat Schiphol Group een verplichting heeft in het kader van enkele claims en geschillen. Eén van deze claims en geschillen betreft de regelmatigheid van het bouwverbod voor het Groenenbergterrein. Bebouwing van het Groenenbergterrein zou de gebruiksmogelijkheden van de Aalsmeerbaan ernstig kunnen verstoren. Door de Staatssecretaris is daarom voor dit terrein een bouwverbod ex. Artikel 38 van de Luchtvaartwet (oud) afgekondigd. Gelet op de vele procedurele onzekerheden en op basis van het gewezen vonnis van de Rechtbank Haarlem terzake en de ingewonnen juridische adviezen is het reëel om rekening te houden met een schadebedrag voor de luchthaven dat niet verhaald kan worden op derden. De prognose van de schadeberekening is afhankelijk van diverse factoren. Terzake van voornoemde claims en geschillen is ten laste van het boekjaar 2004 een gezamenlijke voorziening getroffen van  miljoen.’

SOBI is van mening dat deze toelichting onvoldoende inzicht geeft in de grootte van het financiëe risico dat NV Luchthaven Schiphol loopt als gevolg van het vonnis van de Rechtbank Haarlem (prod 2, vonnis Rechtbank Haarlem) .
Dat vonnis bepaalt dat NV Luchthaven Schiphol verplicht is de door het bouwverbod veroorzaakte schade te vergoeden. Tegen dat vonnis kan (te zijner tijd) slechts cassatieberoep worden aangetekend en geen gewoon hoger beroep. Algemeen bekend is dat de Hoge Raad slechts een minderheid van de aan haar voorgelegde vonnissen en arresten casseert. De kans dat de schadeplichtigheid van de NV Luchthaven Schiphol definitief vast staat, is dan ook aanzienlijk groter dan 50% zodat het reëel is `om rekening te houden met een schadebedrag voor de luchthaven dat niet verhaald kan worden op derden‘, zoals terecht in de toelichting is vermeld.
Niettemin schiet de toelichting volgens SOBI ernstig tekort omdatgeen inzicht wordt gegeven in de grootte van het financiëe risico. Dat risico is vele malen groter dan het kennelijk willekeurig gekozen getal van 10 mln euro.
Omtrent de hoogte van de schade heeft het accountantskantoor Wallast een berekening gemaakt en een rapport opgesteld. Dat rapport is onder de naam Accountantsmededeling schade Groenenberg-terrein d.d. 5 mei 2000 in de procedure bij de Rechtbank Haarlem als produktie ingebracht en in het bezit van de NV Luchthaven Schiphol (prod 3, schaderapport Wallast) . PricewaterhouseCoopers heeft dit rapport ingezien, althans in het kader van haar controlewerkzaamheden moeten inzien.
Op bladzijde 11 van het rapport Wallast zijn de verschillende schadecomponenten contant gemaakt en als volgt samengevat (in euro’s, inclusief wettelijke rente tot 19 februari 2003):

 

 

Afwaardering grondkosten naar agrarische waarde 3.705.000
Gemist resultaat bij ingebruikneming, c.q. verkoop bouwrijpe grond 21.774.000
Gemiste projectontwikkelingresultaat 19.613.000
Gemiste beleggingsresultaat op verhuurde gebouwen 44.611.000
Belastingschade 7.497.000
Totale schade naar contante waarde 97.200.000

 

Door de sinds 19 februari 2003 lopende wettelijke rente zijn de schadecomponenten per eind december 2004 (balansdatum NV Schiphol) met ruim 8% verhoogd. De schadecomponenten inclusief wettelijke rente tot eind december 2004 hadden de volgende waarden:

 

 

Afwaardering van de grondkosten naar agrarische waarde 4.003.316
Gemist resultaat bij ingebruikneming, c.q. verkoop bouwrijpe grond 23.527.183
Gemiste projectontwikkelingresultaat 21.192.185
Gemiste beleggingsresultaat op verhuurde gebouwen 48.202.955
Belastingschade 8.100.638
Totale schade naar contante waarde 105.026.278

 

SOBI neemt niet het standpunt in dat PricewaterhouseCoopers zich de hoogte van de gerapporteerde schadeclaim zonder meer had moeten eigen maken en in de jaarrekening een voorziening ter grootte van 105.026.278 plus wettelijke rente sinds eind 2004 had moeten laten opnemen. Wel had PricewaterhouseCoopers zich moeten realiseren dat NV Luchthaven Schiphol als gevolg van het vonnis van de Rechtbank Haarlem het risico loopt om veroordeeld te worden tot een schadevergoeding ter grootte van dat bedrag.

In de toelichting op de post `overige voorzieningen’ van de jaarrekening 2004 van de NV Luchthaven Schiphol had daarom ook vermeld moet worden dat de NV Luchthaven Schiphol als gevolg van het vonnis van de Rechtbank Haarlem het risico loopt een bedrag van ruim 105 mln euro plus wettelijke rente sinds 1 januari 2005 te moeten betalen. Pas wanneer ook die toelichting in de jaarrekening zou zijn opgenomen zou de jaarrekening op dit punt het door de wet vereiste inzicht geven. Doordat de grootte van het risico zeer aanmerkelijk is in vergelijking met het resultaat voor belastingen van de NV Luchthaven Schiphol over 2004 is deze toelichting voor het vereiste inzicht onontbeerlijk. Doordat deze essentiëe toelichting ontbreekt, geeft de jaarrekening niet het vereiste inzicht en heeft PricewaterhouseCoopers ten onrechte haar goedkeurende verklaring afgegeven.

P.T. Lakeman, Voorzitter SOBI