Brief aan minister Donner

03 mrt 2006

Minister van justitie
P.H. Donner

Nieuwersluis, 3 maart 2006

Betreft: Verzoek strafvervolging in te stellen tegen Deloitte en drs. L.J. van den Dries RA

Excellentie,

Sinds het kabinet Kok de zelfstandigheid van het Openbaar Ministerie in Nederland heeft beëindigd beslist de Minister van Justitie bij omstreden strafzaken uiteindelijk over al dan niet vervolgen. Daarnaast heb ik begrepen dat u inderdaad incidenteel intervenieert bij concrete beslissingen over strafvervolging.

Ik vraag daarom uw aandacht voor het u bekende Ahold-dossier.

De boekhoudfraude van Ahold is voor uw collega minister Zalm reden geweest om, middels het indienen van de Wet Toezicht Accountantsorganisaties (WTA), het toezicht op accountants met betrekking tot de jaarrekeningcontrole te verscherpen. Uit de memorie van toelichting van de WTA volgt dat minister Zalm reeds uit openbare informatie geconcludeerd heeft dat de externe accountant van Ahold verwijten gemaakt konden worden.

Het Openbaar Ministerie heeft tot heden geen stappen gezet om tot strafvervolging van Deloitte over te gaan, ondanks het feit dat het Openbaar Ministerie reeds meer dan een halfjaar over voldoende documentatie beschikt om tot vervolging over te gaan. Het omgekeerde is eerder het geval: het Openbaar Ministerie heeft voormalige topmannen van Ahold ten laste gelegd dat zij Deloitte hebben opgelicht! Dat is de meest efficiënte wijze om de commerciële belangen van Deloitte te beschermen en schadeclaims van beleggers aan het adres van Deloitte op voorhand te bemoeilijken.
Om dat te voorkomen heb ik vorig jaar mei het ik het functioneel parket verzocht de strafvervolging van voormalige Ahold-bestuurderen voorzover het aan hen ten laste gelegde inhield dat zij Deloitte zouden hebben opgelicht, te beëindigen. Ik heb daarop geen antwoord gekregen maar aan mijn verzoek is niet voldaan. Ik sluit de brief hierbij in.

Te vrezen valt dat de pogingen van minister Zalm om misstanden in de accountantswereld effectief te bestrijden schipbreuk zullen leiden wanneer het OM in deze tegen Deloitte onderhavige zaak stil blijft zitten.

Ik verzoek u hierbij formeel om een strafvervolging in te (doen) stellen tegen Deloitte en de heer drs L.J. van den Dries RA wegens verdenking van valsheid in geschrifte, het uitlokken van valsheid in geschrifte en verdenking van medeplichigheid aan oplichting van aandeelhouders Ahold door in strijd met de waarheid te verklaren dat de controle van de jaarrekeningen 1999 tot en met 2001 is verricht conform de geldende controlerichtlijnen en wegens het (doen) gebruiken van side letters waarvan de inhoud strijdig was met die van overeenkomsten van Ahold met JV-partners met het doel volledige consolidatie van 50% deelnemingen mogelijk te maken respectievelijk goed te keuren terwijl de joint ventures ingevolge de geldende aandeelhoudersovereenkomsten niet volledig geconsolideerd hadden mogen worden.

In de goedkeurende verklaringen bij de jaarrekeningen 1999 t/m 2001 van Ahold heeft Deloitte in strijd met de waarheid gesteld: `Onze controle is verricht overeenkomstig algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten in Nederland‘. In werkelijkheid heeft Deloitte bij het controleren van Ahold-dochter US Foodservice deze richtlijnen niet nageleefd maar elementaire fouten gemaakt. Daardoor zijn de oplichtingspraktijken van managers van US Foodservice pas in februari 2003 ontdekt. Bij juiste controle zouden die praktijken al in 2000 zijn ontdekt. Door de fouten van Deloitte zijn de aandelenkoersen van Ahold tot een ongerechtvaardigd hoog niveau gestegen (? 30) en hebben aandeelhouders miljarden euro’s schade geleden.

Ik heb besloten om, wanneer u niet binnen twee maanden na heden schriftelijk aan mij heeft bevestigd opdracht te hebben gegeven om tot strafvervolging van Deloitte en Van den Dries over te gaan, en ook het functioneel parket mij niet heeft meegedeeld tot zulk een strafvervolging te zullen overgaan, op basis van het Wetboek van Strafvordering aan het Gerechtshof te Amsterdam te vragen bevel te geven tot strafvervolging over te gaan. Gezien de verhoudingen in de top van het Openbaar Ministerie sinds de demarches van het kabinet Kok, overweeg ik om alsdan het Gerechtshof te vragen bedoeld bevel jegens u uit te spreken.

Hoogachtend,

P.T. Lakeman,

Voorzitter SOBI

Geef een antwoord